Panga Panga

Atibt: wenge

Andere namen: jambire, pangire (Moçambique), m’pande, mpanga (Tanzania).

Botanische naam: Millettia stuhlmannii TAUB.

Familie: Leguminosae (Papilionaceae).

Groeigebied: Tropisch Oost-Afrika (hoofdzakelijk Mocçambique en Tanzania).
Boombeschrijving: Hoogte tot 20 m, de takvrije stam heeft een diameter van 0,4-0,8 m en is 3-4,5 m lang. De in het algemeen rechte, cilindrische stammen hebben regelmatig rot hart, scheuren en ingegroeide bast. Verder zijn ze vaak nogal kwastig.

Aanvoer: Gekantrecht hout en parketfriezen.
Houtbeschrijving: Panga panga is nauw verwant aan wengé. Vers gezaagd panga panga heeft een licht geelbruine tot donkerbruine kleur. Langdurig aan licht blootgesteld wordt het hout uniform bruin met fijne lichtgekleurde strepen. Het spinthout is 25-50 mm breed en heeft een geelwitte kleur. Bij panga panga heeft het vezelweefsel een donkere kleur en het parenchymweefsel een lichtbruine tot gele kleur. Beide weefsels komen voor in afwisselende, ongeveer evenwijdige banen. Hierdoor ontstaat op kwartiers gezaagd hout een regelmatige tekening van afwisselend donkere en lichte strepen, terwijl dosse gezaagd hout fraai lichtbruin tot bruin is gevlamd. Wanneer panga panga lang aan directe zonbestraling wordt blootgesteld, wordt het hout lichtbruin. In het algemeen maakt de kleur van panga panga een lichtere indruk dan die van wengé. De houtvaten of poriën van panga panga zijn soms gevuld met een gele stof. Bij wengé komt deze stof nooit voor, bij panga panga in wisselende hoeveelheden of helemaal niet. Bij een overmaat aan gele inhoudstoffen wordt het hout op het langsvlak ontsierd door gele streepjes, stippen of vlekjes.

Loofnaald: Loofhout

Draad: Recht, soms lichte kruisdraad.

Nerf: Matig grof tot grof.
Volumieke massa: 850 (750-1000) kg/m3 bij 12% vochtgehalte, vers 1100-1200 kg/m3.

Werken: Gering.

Drogen: Zeer langzaam, met weinig vervorming.

Bewerkbaarheid: Door zijn hardheid en heterogene structuur is panga panga lastig te bewerken. Met scherp gereedschap laat het zich echter vrij goed zagen, schaven en draaien, maar de gereedschappen stompen snel af. Verder moet er rekening mee worden gehouden dat het hout snel splijt. Goede afzuiging is noodzakelijk aangezien zaagsel en schuurstof maagaandoeningen en huidontstekingen kunnen veroorzaken. Splinters veroorzaken direct een ontsteking.

Spijkeren en schroeven: Voorboren noodzakelijk.

Lijmen: Slecht. Indien veel inhoudstoffen aanwezig zijn, is het moeilijk te lijmen.

Buigen: Slecht.
Oppervlakafwerking: Matig. Door de grove nerf en door inhoudstoffen geeft de oppervlakafwerking nogal eens problemen. Bij blanke afwerking verdient het aanbeveling poriënvuller te gebruiken. Behandeling met olie geeft het hout een wat doods aanzien, maar een wasbehandeling geeft een fraai resultaat.

Duurzaamheid: Schimmels 2.Termieten D.

Impregneerbaarheid: Kernhout 4.

Bijzonderheden: Het Westafrikaanse wengé lijkt veel op panga panga maar is in de regel donkerder van kleur en is te onderscheiden doordat het geen gele inhoudstoffen bevat. Toch worden de soorten soms verward en door elkaar verkocht.

Toepassingen: Parket, traptreden, trapleuningen, betimmeringen, draaiwerk. Hout zonder gele inhoudstoffen is ook geschikt voor meubelfabricage.