Geschiedenis van houten vloeren

Al in de middeleeuwen hadden mensen houten vloeren in huis. Bomen (met name vuren en grenen) werden gezaagd in planken. Deze werden naast elkaar gelegd in een bepaald patroon. Het hout werd niet gedroogd, maar werd buiten gelegd, waardoor het na verloop van tijd winddroog was. Kieren en gekrompen planken waren uiteraard geen uitzondering. Na de middeleeuwen ontstond de echte parketvloer. Er werd geëxperimenteerd met meetpatronen en de planken werden op verschillende manieren bewerkt. Verschillende houtsoorten deden hun intrede en met name hardhout werd enorm populair. Indertijd was geld een bepalende factor. Daarom werden parketvloeren alleen gelegd in paleizen en grote woningen. Vanaf de zeventiende eeuw werd parket steeds vaker toegepast in andere interieurs.
In het Frankrijk van de achttiende eeuw raakten de patronen verder in schwung. Verheven tot een ware kunst werden patronen toegepast in barokstijl.
De vloeren in de paleizen van Versailles en Wenen zijn hier nog steeds een prachtig voorbeeld van.
De industrialisatie in de negentiende eeuw zorgde voor een veel breder draagvlak. Steeds meer gewone woningen werden uitgerust met een parketvloer. Machinale verwerking en een kunstmatige droging maakten hedendaagse productie op grote schaal mogelijk.